Verziendheid bij kinderen, veelal onder de zes jaar, is niet altijd merkbaar. Jonge kinderen hebben een uitstekend accommodatievermogen. Wat hun oogjes optisch, in dioptriën gezien, te kort komen. Weten kinderen onwillekeurig bij te accommoderen. Wat zeer vermoeiend is. Vaak gaat dit gecombineerd met hoofdpijn, vermoeidheid en concentratie stoornis, problemen met dichtbij zien. Uiteindelijk kan dit lijden tot blijvend slechtziendheid met een, meestal het linker oog. Het zogenaamde "lui oog". Ho ho ho.......voor het centrale zien dan met een teruggang van 80%, maar een zeer belangrijke functie blijft gewoon door functioneren, het gezichtsveld. Het gezichtsveld is belangrijk om van opzij dingen te zien aankomen.
10 tot 15% van de mensen in Nederland hebben een lui oog. Dat wordt steeds minder omdat de oogzorg veel aandacht besteed aan het voorkomen van.
Dit begint vaak al bij het consultatie bureau, gevolgd door de schoolarts.
Accommoderen doen wij allemaal om dichtbij scherp te kunnen zien. Op een afstand van 30cm. accommoderen wij 3 dioptrie, opeen afstand van 20cm. 5 dioptrie en 60cm. 1.5 dptr. U ziet het verband wellicht. Als de optische waarde van het oog 3 dioptrie te zwak is zal het onscherp zien op afstand. Zet maar eens een leesbril op van +3dioptrie en gij ziet wazig. Dit voor een beetje indruk van het zicht van een verziende die niet accommodeert. Maar daar komt hij. Verziendheid ontleend zijn haar benaming aan het feit dat een verziende "zonder bril" best scherp kan zien in de verte. Dit komt doordat een verziende zijn haar optische tekortkoming kan weg-accommoderen door gebruikmaking van de accommodatielens. Deze flexibele lens zit in het oog en wordt daarom ook ooglens of accommodatie lens genoemd. Deze accommodatielens zit achter het hoornvlies/cornea.(Het hoornvlies/cornea is de optisch sterkste lens van het oog en van buiten af makkelijk zichtbaar. Dit is ook de lens waar een contactlens op zit).Deze accommodatielens kan zichzelf optisch sterker/boller ( accomoderen ) maken om dichtbij op bijvoorbeeld een afstand van 30 cm. 3 dioptrie te accommoderen, scherp te zien. Maarrrr.....een verziende met een optisch te kort van 3 dioptrie zal dit onwillekeurig wegaccommoderen met +3 dioptrie. Dit gaat allemaal goed, maar wat willen de ogen ook doen, net als bij het lezen? Convergeren! De ogen willen net als bij het lezen of werken zich richten/samentrekken, of te wel convergeren op een punt van 30 cm.. En dat gaat nou net niet helemaal samen. Om in de verte scherp te kunnen zien met 2 ogen moeten deze parallel rechtstaan, maar omdat een verziende accommodeert om het in de verte scherp te kunnen zien, zal deze ook gaan convergeren en dat gaat niet samen. Ja, zolang de ogen het aankunnen. Maar dit is een vermoeiende bezigheid. Er wordt door de oogspieren die aan de buitenkant van het oog zitten, voortdurend getrokken om de ogen op een punt van 30 cm. te richten/convergeren, terwijl de ogen op afstand kijken juist paralel/recht willen staan. Dit is zo vermoeiend dat op een bepaald moment op de dag, een van de ogen, meestal het linker, het opgeeft, en niet meer meekijkt. Nou, om dit te voorkomen maar tevens ook een lui oog, wordt er een bril van bijvoorbeeld + 3 dioptrie voorgeschreven. Vergeet niet dat het kind ook minder hoeft te accommoderen/convergeren bij het lezen. En het daarmee ook veel makkelijker zal lezen. Het wordt daarom door het kind vaak als zeer plezierig ervaren en zal daarom de bril graag dragen.
Hopende u en uw kind wat meer duidelijkheid verschaft te hebben. Marcel
Ik vond nog een goed artikel van de J/M uit 2003. de prijzen die genoemd worden kloppen niet meer, maar de inhoud wel!
Oogproblemen en blikvangers
Scheelzien, een lui oog, verziend of bijziend; het zijn allemaal oogproblemen waarmee een kind geconfronteerd kan worden. Hoe stel je het vast en wat doe je eraan? En als de aanschaf van een bril noodzakelijk blijkt; hoe kom je aan een beetje kek modelletje?
Ik had beter moeten weten. Zelf had ik immers drie jaar lang op de lagere school fronsend naar het schoolbord getuurd eer iemand opperde dat ik wellicht een bril nodig had. Maar toen het ons opviel dat onze zoon van 3 aan het eind van de dag nogal scheel begon te kijken, meenden we dat terug te kunnen voeren op vermoeidheid: hij keek gewoon scheel van de slaap. Achteraf bezien nogal een malle, zorgeloze conclusie.
Het was dus even schrikken toen we - bij de toch maar geraadpleegde orthoptist - te horen kregen dat hij behalve een behoorlijk sterke bril ook een pleister op zijn linkeroog nodig had. De pleisters kwamen – met grappige sticker en al - van de apotheek, maar de keus van een bril had meer voeten in de aarde. De modellenreeks in kinderbrillen bleek zich uit te strekken tussen een veelkleurig Oilily-modelletje voor meisjes en replica’s van oude-mannenbrillen met
glanzende gouden sierstrips op de poten. Uiteindelijk vond ik wat tien jaar later een Harry Potter-bril zou gaan heten bij een brillenantiquariaat. Het was een metalen brilletje met verende pootjes, waarvan de verkoper wist te melden dat het decennia lang als standaard ziekenfondsbril bekend stond. Je zou denken dat het daardoor wellicht uitblonk in stevigheid, maar niets was minder waar. Het was de gewoonte van onze zoon om zijn prothese op te zetten alsof het een masker was, door de poten eerst flink wijd uit elkaar te trekken. Daar was de constructie allerminst op berekend en ik maakte nog vaak de gang naar het brillenwinkeltje voor een nieuw (oud) pootje.
Naar de orthoptist
Ongeveer 20 procent van de kinderen heeft een bril of heeft er een nodig. Drie tot 5
procent van alle kinderen is scheel en daar weer de helft van heeft een lui oog, dat wil zeggen dat het zich niet goed heeft ontwikkeld. Dit kan overigens in veel gevallen op jonge leeftijd worden genezen door het niet-luie oog af te plakken.
‘Welbeschouwd zijn alle baby’s licht verziend, ongeveer plus twee, maar dat neemt meestal af als ze wat ouder worden,’ vertelt Yolande Everhard, orthoptist in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam.
Verziendheid (waarbij iemand zich voor elke afstand en vooral dichtbij moet inspannen om scherp te zien) wordt met een plus-bril gecorrigeerd en komt het meest voor.
Everhard: ‘Vanaf een sterkte van plus twee en een half krijgen kinderen meestal een bril, zeker als ze scheel zijn. De ogen van een kind kunnen nog heel goed accommoderen. Dat betekent dat de ogen toch scherpstellen, ook al kost het moeite. Om die reden is het niet mogelijk om zonder hulpmiddelen de afwijking te bepalen. Dat gebeurt met oogdruppels die het accommodatievermogen tijdelijk uitschakelen, iets waartoe een opticien niet bevoegd is.’
Hoe sterk een bril voor een kind moet worden kan dus in eerste instantie alleen door een oogarts of orthoptist bepaald worden.
De noodzaak voor een ‘min-bril’ tegen bijziendheid (het onvermogen om op afstand scherp te zien) komt vaak pas later aan het licht, meestal in de laatste klassen van het basisonderwijs. Terwijl de ‘min-bril’ onmiddellijk succes scoort – de televisie en het schoolbord worden scherper - vormt de ‘plus-bril’ ogenschijnlijk eerder een ongemak. Dat lijkt maar zo, doordat verziendheid door een kind in de meeste gevallen ook met behulp van zijn accommodatie gecompenseerd kan worden. In werkelijkheid wordt er een behoorlijke extra inspanning geleverd door de hersenen, wat kan leiden tot vermoeidheid en hoofdpijn. Dat zijn dus belangrijke symptomen om in de gaten te houden.
Bij de opticien
Zodra het brilvoorschrift van de orthoptist op papier staat is de gang naar de opticien de volgende stap. ‘Ouders hebben er vaak grotere problemen mee dat hun kind aan de bril moet dan het kind zelf,’ is ook de ervaring van Yolande Everhard. ‘Maar tegelijkertijd zijn de ouders ook degenen die hun kind het best kunnen motiveren om de bril te dragen. Ik zie daar in de praktijk soms heel leuke voorbeelden van: ouders die zelf ook maar een brilletje opzetten om hun kind over de brug te helpen.’
Bij de meeste opticiens is de voorraad kinderbrillen bescheiden. Wie meer keus wil stapt naar een zaak die erin gespecialiseerd is, zoals de Kinderbrillenwinkel van Marcel Barlag in Amsterdam. Acht jaar geleden begon hij met deze specialisatie.
‘Een kinderbril moet gelijk opgaan met de modetrends, een kind moet z’n eigen bril leuk vinden,’ zegt Barlag. ‘Maar een andere heel belangrijke eis is kwaliteit. Bij kinderbrillen moet heel goed nagedacht zijn over de constructie. Het scharniersysteem bijvoorbeeld moet extra sterk zijn, het moet meeveren. Gelukkig zijn alle fabrikanten daar inmiddels wel achter, hele slechte kinderbrillen zijn er nauwelijks nog. De meeste zijn stevig genoeg om op een normale manier gebruikt te worden, al zijn extreme krachten natuurlijk altijd funest. Ik moet daarbij zeggen dat kinderen er zelf vaak helemaal niets aan kunnen doen als hun bril kapotgaat. Hoe kan een kind voor-komen dat er een bal tegenaan komt? Maar het blijft natuurlijk een kwetsbaar artikel; als je met een fiets over een bril rijdt is -ie gewoon stuk. Wil je dat voorkomen, dan moet je een helm met glazen maken.’
Volwassen prijzen
Zo’n helm met glazen zou misschien een oplossing zijn voor Luca Barendse, die nog geen 4 was toen hij een bril nodig bleek te hebben van plus vier en plus vijf. In anderhalf jaar tijd heeft Luca vier brillen verwoest of zoekgemaakt.
‘We hebben nu twee verzekeringen afgesloten,’ verzucht zijn moeder. ‘Met twee premie’s van 17,50 euro per maand is het risico redelijk afgedekt. Luca kan nu vier brillenglazen per jaar vergoed krijgen en twee monturen voor de halve prijs. Wat die eerste brillen me gekost hebben, daar wil ik niet meer aan denken.’
Helaas geldt voor kinderbrillen niet hetzelfde als voor tramkaartjes: een bril voor een kind kost volwassen geld. Ziektekostenverzekeringen beiden vaak pas (gedeeltelijke) dekking bij heel sterke brillen en dan nog alleen op de glazen. Bij de prijsvechters in de brillen-
branche spelen kinderbrillen geen grote rol, de keus is er niet al te groot en voor een
zekere exclusiviteit hoef je er niet heen. Vaak is er een aantrekkelijk aanbod waarbij de tweede bril bijna gratis is, maar ook dan verschilt het eindbedrag niet heel erg veel van dat in een speciaalzaak.
Barlag: ‘Het zou die prijsvechters sieren als ze eens een paar van hun zaken alleen met
kinderbrillen zouden vullen, maar ze hebben heel goed door dat daar weinig mee te verdienen is. De markt is te klein.’
De montuurtjes in de Kinderbrillenwinkel kosten rond de 165 euro. Voor glazen geldt een richtprijs van 85 euro per stuk, ontspiegeld en voorzien van een krasbestendige laag. Voor kinderbrillen zijn kunststof glazen de enige oplossing, ook al zijn die wat minder krasbestendig dan glas. Barlag: ‘Kunststof is onbreekbaar en licht van gewicht. Ik laat er een krasbestendige laag op aanbrengen, maar die is natuurlijk nooit helemaal afdoende. En dan heb je de dikte van het glas, ik doe er alles aan om die zo gering mogelijk te houden. De sterkte bepaalt de dikte, maar met een uitgekiende materiaalkeuze en wat slim rekenwerk is er heel wat te winnen.’
Modieuze monturen
‘Toen ik in 1972 als zevenjarige een bril van min zeven moest hebben, was er de keus uit twee of drie brillen,’ herinnert Suzanne Corsetto zich. ‘Het zag er allemaal niet uit, maar de mode in die tijd was sowieso niet om aan te zien. Toch werd ik op school niet gepest met mijn bril. Ik zit inmiddels op min dertien en bij de geboorte van ons eerste kind was ik dus erg bang dat hij dezelfde zware oogafwijking als ik zou krijgen. Maar onze eerste zoon zag scherp. Bij Mathijs, de tweede, was dat niet het geval. Mathijs was een half jaar oud toen hij contactlenzen voorgeschreven kreeg en sinds zijn derde heeft hij een bril van min zes en min tien. Nu wisselt hij zijn lenzen af met zijn bril. We zijn voor een montuur bij verschillende zaken geweest, maar uiteindelijk kwamen we terecht bij de winkel waar ik sinds m’n zevende kom. Er waren nog steeds niet veel kindermodellen, maar ik mocht snuffelen in de monstervoorraad van een handelsreiziger in brillen en zo zijn we toch goed geslaagd. Ik vind het schattig staan. Dat is een geluk, want veel ‘gewone’ opticiens hebben maar een paar modelletjes waardoor je al snel geneigd bent om te zeggen: het is allemaal niks, laten we deze dan maar nemen.’
Een jaar of tien, vijftien geleden stortten modemerken als Oilily zich op de kinderbrillenmarkt. Ofschoon er inmiddels al weer veel van deze in wezen branchvreemde fabrikanten zijn afgehaakt, is de kinderbrillenmode erdoor in een stroomversnelling geraakt. Barlag: ‘Bedrijven als Oilily namen het product serieus, keken er op een volwassen manier naar. Dat heeft veel bijgedragen in de acceptatie van de kinderbril, zowel voor de ouders als voor de kinderen zelf.’
Inmiddels kunnen we daar de hele Harry Potter-rage nog bij optellen, plus het feit dat brillen en beugels allang geen aanleiding voor pesterijen meer zijn, eerder het omgekeerde.
Ondanks alle vernieuwingen is een aantal zaken onveranderd gebleven. Brillen worden nog steeds van kunststof of metaal gemaakt, waarbij kunststof een levensduur van twee tot drie jaar wordt toegedicht, metaal een jaar langer. Ook krulveren aan de poten zijn van alle tijden, maar Marcel Barlag deelt niet de algemene indruk van (vooral) ouders dat die ook meer zekerheid bieden. ‘Het lijkt handiger dan het is, krulveren zijn minder goed af te stellen. Een goed afgestelde bril met gewone poten blijft minstens even goed zitten, zo niet beter.’
Contactlens
Het brillenkerkhof van onze zoon omvat inmiddels vier brillen, zes losse pootjes en een aantal ernstig bekraste brillenglaasjes, resultaat van het omgekeerd neerleggen op steen of ander ruw materiaal. Pas na zijn tiende is er het besef gekomen dat een bril een even kwetsbaar als onmisbaar hulpmiddel is. De prognose is dat er nog één nieuw montuur gaat komen en dat daarna de contactlens zijn intrede gaat doen. Barlag: ‘Als ze beginnen te puberen zie ik ze niet meer terug.’
En hoe zit het met contactlenzen?
Barlag: ‘Dat is een heel ander chapiter. Het verschil tussen contactlenzen en brillen is ongeveer net zo groot als het verschil tussen brillen en autobanden.’
Deze signalen kunnen op oogproblemen wijzen:
• klachten over vermoeide of prikkende ogen
• geregeld last van hoofdpijn
• scheel kijken
• als een boek of speeltje te dicht bij het gezicht wordt gehouden
• als een kind steevast vlak voor de televisie gaat zitten
• als de ogen worden samengeknepen om het schoolbord goed te kunnen zien
• als de ogen ‘wiebelen’, onrustig zijn
• als er oogafwijkingen in de familie (vooral bij de ouders) voorkomen
Tekst Ronald Hoeben
J/M januari 2003
Ook vond ik nog een belangrijk artikel van Essilor, een groot Frans brillen/glazen/contactlenzen merk.
Kijkproblemen bij kinderen
Inleiding
Ruim 80% van alle informatie die we tot ons krijgen, bereikt ons via de ogen. Optimaal zien is dus een belangrijke voorwaarde voor goede schoolprestaties. Maar ook noodzakelijk in het verkeer en bij het spelen en sporten. Dus denkt u dat uw kind problemen heeft met scherp zien, lees dan even verder. Hieronder staan een aantal herkenbare problemen. Zijn een of meer problemen op uw kind van toepassing, maak dan een afspraak voor een oogmeting.
Letters of woorden overslaan
Klachten over dubbelzien
Lezen met vinger of hulpmiddel
Moeite met begrijpend lezen
Lezen beneden leeftijdsniveau
Moeite met het herkennen van woorden
Branderige ogen
Draait cijfers of getallen om 31 voor 13
Vermoeid na intensief lezen
Jeukende, tranende ogen
Snel afgeleid of dromerig
Veel tijd nodig voor het huiswerk
Veel knipperen
Omdraaien van letters of woorden, b voor d, p voor q, daar voor raad, een voor nee etc.
Fronzen bij het lezen
Hoofd schuin houden bij het lezen of televisie kijken
Moeite bij het kijken op het schoolbord of bij televisiekijken
Leest niet graag, speelt liever buiten
Veel gestelde vragen over goed zien op school
Kan ik vertrouwen op een standaard ogentest?
Nee, de standaard ogentest die vaak op scholen wordt uitgevoerd is slechts indicatief. Er wordt met een simpele letterkaart gekeken of uw kind de letters op 5 meter afstand scherp kan zien. Eventuele andere mogelijke oogafwijkingen kunnen met deze test niet worden vastgesteld. Zo'n eenvoudige ogentest werkt uiteraard wel preventief, maar een uitgebreid en vakkundig optisch oogonderzoek zegt veel meer.
Waarom een uitgebreid oogonderzoek?
Het gezichtsvermogen van uw kind kan veranderen zonder dat uw kind dat merkt. Daarom is het verstandig om de ogen van uw kind ieder jaar door de vakopticien te laten onderzoeken. Tijdens deze controle wordt aandacht besteed aan de volgende punten: bijziendheid, verziendheid, astigmatisme, kleurwaarneming, onderlinge coördinatie van de ogen, goed dieptezicht en de mogelijkheid om de ogen goed scherp te stellen.
Wat gebeurt er als een kind een oogcorrectie nodig heeft?
Als uit het onderzoek blijkt dat een correctie nodig is, dan zal de vakopticien u op maat adviseren. Uw kind krijgt de meest geschikte kijkoplossing.